nr 14 oktober 2015

Samenvatting Periodiek nr. 14. Oktober 2015

1. Mathieu Franken. (1890 - 1986)
Het verhaal van een zadelmaker, een Gulpenaar die bij velen van ons nog bekend is. Hij oefende zijn beroep vanaf zijn 13de jaar uit. Hij begon in Kerkrade en maakte daar kennis met de kolenmijnen. Hij moest ondergronds om daar de hamen van de paarden te controleren.
Hij trok de grens over naar Aken om daar zijn beroep uit te oefenen. Al spoedig ontdekten men dat hij een vakman was en kreeg de functie van eerste gezel. Na kortstondige militaire verplichtingen ging hij weer terug naar Aken om daar zijn “Meisterprüfung” af te leggen.
Hij begon een winkel in Mechelen om zich daarna in 1935 in Gulpen aan de Looierstraat te vestigen. Het Mannenzangvereniging St. Caeccilia was zijn grootste vreugde. Hij was specialist in het maken van een paardenhaam. De zwaarste wogen 40 kg. Maar ondanks zijn tenger figuur was hij zo sterk “als een beer”. Het waren ware kunstwerken. De verkoop van rubber laarzen breidde zich uit tot in de hele Zuid – Oosthoek.
In 1984 was hij van mening dat hij genoeg had gedaan en stopte met de exploitatie van zijn specialiteiten. Zijn levensverhaal is in diverse landelijke nieuwsbladen terug te vinden, ook in de provinciale pers, “De Limburger” bracht een hommage aan deze bijzondere Gulpenaar.

 

2. Beroep klokkenopwinder.
In de vele archiefstukken die bij Rijckheyt in Heerlen en in het Regionaal Historisch Centrum in Maastricht bewaard worden is een aanvraag terug te vinden van Jac Huijts die in 1912 aan de Edelachtbare heren van de Gemeenteraad van Gulpen om loonsverhoging vraagt. Zijn werkzaamheden zijn het opwinden van de kerkklok.

 

3. Steun in de crisisjaren.
Zwarte donderdag – 25 oktober 1925 – de beurscrash van de effectenbeurs op Wall Street in New York was het begin van de economische wereldcrisis. Ondanks de steun van de regering in Nederland die probeerde via de crisiswetgeving steun te verlenen aan de landbouw en industrie nam de werkeloosheid enorm toe. De prijzen die de boeren kregen voor hun producten was ontstellend laag. Velen hadden nauwelijks nog inkomen. De ingevoerde wetten die er voor moesten zorgen dat herstel plaatsvond hadden verstrekkende gevolgen. De overheid kreeg verreikend invloed voor het regelen van productie, prijzen, handel en verwerking. Ook de kwaliteit moest omhoog. Op 15 juni 1932 kregen Burgemeester en Wethouders van de gemeente Gulpen een oproep tot medewerking aan deze wet. De boeren moesten het aantal koeien opgeven die ze hadden. Ze kregen f. 2.25 per koe uitbetaald omdat de opbrengst van de melk en boter tot een minimum was gezakt. De invoer van vlees werd zwaar belast met belasting. De archiefstukken hierover bevatten een schat aan gegevens die grotendeels in dit artikel zijn verwerkt.
In 1932 werd onvermengde margarine ter beschikking gesteld aan de behoeftige.
De nood werd zo groot dat Prinses Juliana het initiatief nam om het oprichten van een nationaal crisiscomité. In 1936, toen het comité werd opgeheven kregen de leden van het Gulper comité een bedankbrief. De heer A. H. Meijs was lid geweest van het comité in Gulpen. En van hem is de gedenkpenning in het bezit van Galopia.
De distributie van artikelen moest streng worden gecontroleerd omdat er ook frauduleuze praktijken worden toegepast. Naast rundvlees in blik is vanaf 1935 ook zuiver gehakt in blik beschikbaar.
In 1935 komt ook pekelharing beschikbaar voor de behoeftige. Daarbij werd een advies verstrekt: Hoe eet men Noordzee haring?

 

4. Bakkerij Hoppermans.
De oudste bekende bakkerij in Gulpen is uit 1670: bakkerij Hoppermans. In het kadasterregister van 1830 staat dat Bernard Hartogs, een Joods koopman, die sinds 1779 in Gulpen woont de eigenaar van het pand gelegen aan de Dorpsstraat is. Deze Hartogs koopt de erachter gelegen panden. De Joodse gemeenschap is rond die tijd danig gegroeid dat er een huissynagoge in een van zijn panden komt. In het najaar van 1944 nam Hubert Hoppermans de zaak en begon de bekende bakkerij Hoppermans. Het meester-diploma behaalde hij in Aken.
In 1956 vond er een grote verbouwing plaats, het werd een moderne bakkerij. Hierdoor kon Hoppermans specialiteiten produceren. Enkele van deze beroemd geworden producten zijn: Speciale schuimtaarten, krokanttaart en de Piece Montee, een taart met etages. In 1950 ter gelegenheid van de 90ste verjaardag van de weduwe van graaf Iwan de Marchant et d’Ansembourg, de gravin Ludmilla werd een enorm grote taart gebakken. Die echter te groot was om in één keer door de deur te krijgen. Ze werd met paard en wagen naar Neuborg vervoerd.
Nadat in oktober 1976 de bakkerij over was genomen door José Austen en echtgenote Rikki werd weer een grote verbouwing doorgevoerd. Zij maakten op bestelling speciale taarten.
Op 29 mei 2004 viel de deur van bakkerij en bakkerswinkel definitief in het slot en konden José en Rikki van het leven gaan genieten. Momenteel staat op deze plek een appartementencomplex.

 

5.Vakwerk?!
De naam vakwerk kan op verschillende manieren worden uitgelegd. En als het om huizenbouw gaat dan kan het zijn dat huizen door vakmensen werden gebouwd of dat er vele vakken ontstonden tijdens de bouw. In Gulpen staan enkele prachtige exemplaren. Ook zijn er gedeelten van vakwerkhuizen te zien. Foto’s in het artikel verduidelijken dat. De geschiedenis van de vakwerkbouw is door Schols en Eggen prachtig in boeken beschreven. Mensen die handel dreven reisden bijvoorbeeld van Keulen, Aken via Gulpen naar Maastricht of van Heerlen naar Luik. Deze wegen kruisten zich in Gulpen. Handelaren vestigden zich in Gulpen. In de wintermaanden moest er ook onderdak zijn voor hun vee. Zij bouwden primitieve behuizing van aanwezige grondstoffen. Hout en klei werden gebruikt. Elk stuk hout in het vakwerkhuis heeft een naam en ook elk balkenpatroon. De daken werden beplant met huislook om ze enigszins waterdicht te maken. Vooraf moesten balken een conserverende behandeling ondergaan. In de klei moest hooi worden verwerkt. In Gulpen staat een prachtig exemplaar dat reeds in Napoleons tijd bekend was. Tijdens de restauratie is er een ‘kink in de kabel’ gekomen. Het zou een sieraad voor Gulpen kunnen zijn. We zouden er met z’n allen trots op zijn.

 

6. Sociëteit Eendracht.
Onze voorzitter kreeg toestemming om in de archieven van deze vereniging te zoeken. Een sociëteit is een besloten gezelligheidsvereniging. Tegenwoordig wordt deze naam ook gebruikt voor studentenverenigingen. De naam sociëteit bestaat al sinds 1748.
De oprichtingsvergadering sociëteit Eendracht vond plaats ‘ten koffiehuize van den heer Heimbach in Gulpen, october 1900.’ Er melden zich 10 personen die afspraken om steeds op donderdagavond bij elkaar te komen om te praten, te kaarten, een sigaar te roken en van een drankje te genieten. In het bestaan varieerden het leden aantal. Er werden optreden van artiesten georganiseerd. Een volledig bridge concours ontstond. Er kwam een leestafel met tijdschriften. Na verloop van tijd werden deze tijdschriften verloot onder de leden. Ook “uit eten” werd een favoriete bezigheid. Net zoals uitstapjes maken, zelfs van meerdere dagen viel in de smaak bij de leden. Lezingen en excursies horen bij de jaarlijkse routine van de sociëteit. Verschillende locaties in Gulpen dienden als verenigingshuis. In 1995 werd gekozen voor de Koetscherie van de Zwarte Ruiter. Hun doelstelling is momenteel: “het bevorderen van de onderlinge vriendschap.”

 

7. Zo mer get Gulper Wäöëd deel 2.
In periodiek 13 begonnen enkele van onze leden met het verzamelen van ‘Zoe merg et Gulper Wäöëd’. In onze vergaderingen zorgen deze woorden vaak tot lange discussies. Niet ieder lid is een Oer – Gulpenaar. Maar dat maakt het net interessant. Tekeningen en foto’s bij de woorden zorgen voor meer duidelijkheid. Van lezers van onze periodieken horen we ook dat er verschil van meningen zijn bij de uitspraak maar ook over de schrijfwijze. “Wie spreekt er nu nog echt Gulper plat?” Vader en moeder zijn vaak beiden niet uit Gulpen. Studerende kinderen verhuizen naar hun studiegebied. Als je als Limburger je werkgebied in het midden of noorden van Nederland hebt probeer je het accent te verbergen. Hoe vaak hoor je dan toch nog “ ’t is een Limburger”. Maar met zijn allen zijn we trots op ons mooi Limburg. En dat is de schrijfwijze van ons mooi Limburg en vooral de uitspraak. We zijn wel tot de ontdekking gekomen dat we in de Nederlandse schrijftaal te weinig ‘klankwijzigende tekens voor klinkers’ hebben. Maar ook de discussie hierover is fantastisch.

 

8. Wateroverlast.
We wonen in een dalen gebied. In de loop van vele eeuwen zijn er watervoerende ‘grubben’ ontstaan. Die verzamelden zich tot kleine beekjes. Deze op hun beurt weer tot grotere stromen. De neerslag is heel variabel. De neerslag per jaar varieert vaak niet veel. Het kan lange tijd droog zijn maar dan valt het er plotseling “met bakken uit de lucht.” De weerman meldt dat er 50 mm regen is gevallen. Omgerekend is dat 5 volle emmers van 10 liter per vierkante meter. Maar al dat water moet afgevoerd worden naar ons riviertje dat dwars door Gulpen stroomt. En ‘vele (holle) wegen leiden naar Gulpen’. De holle wegen dienen dan als afvoer richting dorp. In dit periodiekonderdeel zijn enkele precaire situaties beschreven. Op 6 juni 1998 liepen de kelders van de flats aan de Diepe broek, de huizen in de directe omgeving van de Gulp onder water. In 1971 ontstond een verschrikkelijke situatie aan het Kerkplein. De Ingbergracht die in historische tijden een watervoerende grub was. Maar sindsdien is er niets veranderd. Dus ook nu kwam er na een verschrikkelijke regenbui vele hectoliters regenwater richting Kerkplein. Krantenberichten en foto’s maken duidelijk dat hele gezinnen in Gulpen het regenwater tot in de woning kwam te staan. In het verleden is de markt in Gulpen vaak veranderd in een meer zoals blijkt uit oude foto’s. Archiefmateriaal van 26 mei 1749 vertelt over een overstroming in Gulpen. Gebouwen werden door het water meegenomen. Maar…. overstromingen zullen wel altijd in Gulpen blijven denken we zoo.

 

9. Telefoon in Gulpen.
Waar zouden we zijn zonder de moderne communicatie middelen. Toen men rond 1854 de telefoon dacht uitgevonden te hebben werd verteld dat men toch niet met elkaar kon spreken als men niet in elkaars gezicht kon kijken. Toen mensen op 20 juli 1969 op de maan geland waren kon de hele wereld de communicatie mee beluisteren. Nu communiceren we met elkaar ook al zijn onze gesprekspartners aan de andere kant van de aarde. We zijn 24 uur verbonden met elkaar. Iedereen “weet alles van iedereen.” We versturen meningen, we doen uitspraken, we leggen situaties vast, het is de gewoonste zaak van de wereld geworden.
Maar hoe kwam de eerste telefoon tot stand. Een verhaal dat we ons allemaal niet meer kunnen voorstellen dat we ooit zonder moderne communicatie middelen geleefd hebben.

 

10. Een overzicht van artikelen in voorgaande periodieken.
Als je alle periodieken bezit is deze pagina ideaal als je iets wil opzoeken. Een vermelding van de titel van het artikel en daarbij een vermelding van het nummer van het periodiek.