Hoeve Groenendaal

P8090173
 

De voormalige voorhof met het poortpaviljoen van huis Groenendaal.

Het bouwvallig geworden achttiende-eeuwse landhuis is in 1921 grotendeels afgebroken.

Groenendaal is gelegen ten zuidwesten van het dorp Gulpen, op de westrand van het beekdal van de Gulp, waarin ook het huis Carsfeld en kasteel Neubourg zijn te vinden. Het huis droeg oorspronkelijk de naam Hof van Ophem.

In 1312 werd Jan van Ophem ermee beleend. Hij was waarschijnlijk familie van Tilman of Diederik van Ophem, die in het midden van de veertiende eeuw kasteel Neubourg kocht en dit kort nadien naliet aan ridder Jan van Eppenart, de zoon van zijn zuster. Deze Jan van Eppenart was in 1363 ook de eigenaar van Groenendaal. Hij was gehuwd met Margaretha van Reijmersbeek. Hun enige dochter trouwde in 1398 met Jan I van Eynatten, waarna de ridderlijke familie Van Eynatten eigenaar bleef tot 1525. In dat jaar droeg Gilles van Eynatten, heer van Neubourg en drossaard van het Land van ’s-Hertogenrade, het huis en de molen van Groenendaal over aan zijn zwager Frambach van Hochkirchen.

 

In 1774 kocht de Maastrichtse raad en schepen Philippe Fermin het goed ten behoeve van zijn zuster Rachelle. Zij was getrouwd met Johan Christoffel Preiser uit Amsterdam. De nieuwe eigenaren lieten meteen een nieuw herenhuis bouwen. In de loop van de negentiende en in de twintigste eeuw volgden verschillende eigenaren elkaar op. In 1918 verkocht de familie Nagelmackers Groenendaal aan de familie Pinckers, die het reeds lang bouwvallige herenhuis drie jaar later grotendeels liet afbreken. Tegenwoordig wordt Groenendaal nog steeds gebruikt als agrarisch bedrijf.

 

Bouwgeschiedenis.

 

Het kasteel met de arcadische naam Groenendaal stond oorspronkelijk op een omgracht terrein dat ten oosten van de bewaard gebleven hoeve ligt. Op dat terrein zijn nog fundamentresten van mergel en kloostermoppen aanwezig. Ze behoren tot het oude kasteel en hebben ongeveer dezelfde omtrek als het omgrachte terrein.

 

Aan de noordzijde van het terrein stond het landhuis uit 1774 – 1775, dat gebouwd was door het echtpaar Preiser – Fermin. Dit symmetrische landhuis telde vijf vensterassen. Ondanks de geringe diepte ervan was het deels in de gracht gebouwd. Haaks op het landhuis bevond zich een lang dienstgebouw. Dit gebouw schermde het kasteelterrein af van het terrein van de hoeve. Op de Tranchotkaart van 1805 – 1806 is zichtbaar dat de hoeve bestond uit een grote schuur en een woonhuis. Op het eerste kadastrale minuutplan waren ze inmiddels zowel onderling als met het lange dienstgebouw bij het kasteel verbonden. Tussen de schuur en de woning was een poort met een torenkamer gebouwd, voorzien van het jaartal 1823 in de sluitsteen. Vanuit de grote schuur was richting het landhuis een oostelijke vleugel aan het complex toegevoegd, hetgeen de groeiende agrarische functie van het kasteel illustreert. Uiteindelijk moest zelfs het landhuis wijken voor het boerenbedrijf. In 1921 werd het behoudens de voorgevel van de onderste bouwlaag, afgebroken. Het restant werd bij de stallen getrokken.

 

 

 

auteur: J.F. van Agt

 

bron: J.F. van Agt, Zuid-Limburg. Vaals, Wittem en Slenaken.

 

Staatsuitgeverij, Den Haag 1983