Torenuurwerk te Gulpen

Uit de Maasgouw, Tijdschrift voor Limburgse geschiedenis en oudheidkunde. Jaargang 1895.Klokken_01

 

 Aan den "Limburger Koerier" van December 1894 ontleenen wij de volgende mededeeling over het voormalig toorenuurwerk te Gulpen.

 

GULPEN, 8 Dec. '94

Doch stände sie einmal stille,

Dann wär's um sie gescheh'n,

Kein And'rer als der sie fügte,

Bringt die zerstörte zum geh'n.

(Gabr. Seidl.)

 

Nu in de eerste dagen het nieuw torenuurwerk zal geplaatst worden door eene der beroemdste firma's van ons land, dus proefondervindinglijk solied, daarom wil ik eenige woorden wijden aan de nagedachtenis der afgedankte klok. Naar luid van soliede oorkonden zou Gulpen eene der eerste dorpen zijn geweest van Z. Limburg, dat zich in het bezit van een torenuurwerk mocht verheugen.

Deze "vóórlijckheid", zoals de Kroniekschrijver zich uitdrukt, had Gulpen te danken aan den "Woledeler Frantz van Eynatten und die ehrentreichen Fraue Elysabeth von Hoemen und Odekirchen zu Wedenau, herr und Fraue zu Neuwerborg Etzweiler Gulpen und Margrathen 1602," die de eerste klok zou geschonken hebben. Toen omstreeks 1631 de bliksem in den toren sloeg en kerk en toren gedeeltelijk verwoest werden, en de groote klok "met donderenden geraese" naar beneden viel, trotseerde het soliede uurwerk de vernielende elementen. Op het laatste der vorige eeuw schijnt er geschil ontstaan te zijn over het eigendomsrecht en dientengevolge stond het uurwerk stil tot in het jaar 1802. Sinds die tijd bleef onze klok van verdere lotgevallen bevrijd en vervolgde geregeld haren gang. In Leiden und Freuden, in Sturm und in der Ruh, Was immer geschah im Leben, Sie pochte den Talt dazu. In de laatste jaren echter, "ward sie manchmal träger und drohte zu stocken ihr Lauf" en op 14 November dezes jaars, 's namiddags ten 4 uur heeft ze ten laatsten male geslagen, zoodat wij het den dichter kunnen nazeggen: "Sieh Herr! Ich hab nicht verdorben, sie blieb von selber steh'n''. Menigeen vindt het jammer, dat niet eens door soliede vakmannen onderzocht is geworden, of dat monumentale uurwerk wel zóó versleten was, als beweerd werd. Misschien zal het nu, helaas "teutereleut" als oud ijzer verkocht worden. Maar we staan nu eenmaal voor een fait acompli: de nieuwe klok zal eerstdaags haar melodieus gegons door het Gulpdal doen weêrgalmen; men zal weer weten hoe laat het eigenlijk is, want het was in de laatste weken eene verwarring van belang. De nieuwe klok zal overigens aan alle eischen voldoen; alles even kunstig afgewerkt en solied, cijferblad en wijzers incluis. De leverede firma verdient ten zeerste aan belanghebbenden gerecommandeerd te worden.

 

J. G.DEILOS

 

Torenuurwerk te Gulpen Maasgouw 1895, 23Klokken_02